Angst- en paniekstoornis
Wat is angst- en paniekstoornis?
Je maakt je constant zorgen over van alles uit het dagelijks leven. Vaak gebeurt dit onbewust. Je bent bijvoorbeeld steeds erg bezorgd over uw werk, de kinderen, de vakantie, over wat u allemaal moet betalen of wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren.
Wat zijn de verschijnselen van een angst- en piekerstoornis?
Door een angst- en piekerstoornis kunt u last hebben van:
- piekeren
- rusteloosheid
- prikkelbaarheid
- slechte concentratie
- gespannenheid
- moeheid
- spierklachten
- slaapproblemen
Op momenten dat de angst overheerst, heeft u bijvoorbeeld last van:
- hartkloppingen, zweten, koude rillingen, duizeligheid, beven
- benauwdheid, een vervelend gevoel in de borst
- tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten
- droge mond, misselijkheid, maagpijn, braken of diarree
- hoofdpijn, rood worden, flauwvallen
- verwarring: u weet niet meer goed wie of waar u bent
- het gevoel dat u de controle over uzelf verliest, gek wordt of doodgaat
Vermijden van spanningen
- Mensen met een angststoornis kunnen slecht tegen spanningen en onzekerheid. Je merkt dat je de nieuwe, onbekende situaties het liefst uit de weg wil gaan. Je gaat bijvoorbeeld bij voorkeur dicht bij huis op vakantie, of elk jaar naar dezelfde plek.
- Spanningen in relaties bespreek je liever niet.
- Confrontaties ga je uit de weg. Als je bijvoorbeeld iemand niet mag, dan blijf je liever thuis en ga je niet naar het feestje waar diegene ook komt.
Vluchten voor spanningen
- Soms heb je de neiging om in bed te blijven liggen om spanningen te vermijden.
- Of je probeert je zorgen en angst te verdringen door veel te eten.
- Ook kan het zijn dat je meer naar alcohol, drugs of kalmerende middelen grijpt om je minder gespannen te voelen.
- Je kan zo heftig tegen problemen opzien dat je het liefst wil dat anderen ze oplossen.
Hoe ontstaat een angststoornis?
Een angststoornis ontstaat meestal geleidelijk. Je merkt bijvoorbeeld dat je steeds liever alleen bent. Je gaat nieuwe situaties uit de weg. Je schrikt snel of bent vaak bang. Dit soort angstklachten kunnen overgaan in een angst- en piekerstoornis.
Waarom iemand een angst- en piekerstoornis krijgt, is vaak niet helemaal te verklaren. Meestal zorgen verschillende omstandigheden ervoor:
- Soms komen angststoornissen in de familie voor. Het kan erfelijk zijn.
- Het gezin waarin iemand opgroeit en de manier waarop ouders een kind opvoeden kunnen bijdragen aan een angststoornis.
- Mensen die het moeilijk vinden om met anderen om te gaan, die weinig steun ontvangen, gepest worden en zich eenzaam voelen, hebben meer kans op een angststoornis.
- Een angststoornis kan ontstaan na een ernstige, ingrijpende gebeurtenis waarin iemand heel bang was (psychotrauma).
- Een angststoornis kan ook ontstaan door een lichamelijke ziekte, het gebruik van bepaalde geneesmiddelen of het gebruik van drugs.
